Vervolg: Tien ontwikkelingen in 60 jaar Moonen

Van bediening naar zelfbediening
“Zestig jaar geleden bedienden de meeste winkels iedere klant zelf”, vertelt Bèr Moonen. “Dus ze deden alles in papieren zakken, rollen en vellen - in allerlei maten. Dat beeld is wel drastisch veranderd door de jaren heen. En wij gingen daarin mee.” Gé Moonen: “Vooral de supermarkt is afgelopen decennia van bediening naar zelfbediening gegaan. Geen familieverpakking meer, maar kleinere huishoudens. Alles ligt voorverpakt klaar en de hoeveelheid verpakking daar, is een factor 4 van toen we begonnen. Waar we toen ieder jaar meer verkochten, proberen we nu onze klanten bewust te maken dat ze met minder en beter verpakkingsmateriaal toe kunnen.”

Van papier naar plastic
Bèr: “Ik weet nog goed hoe ik op de bakfiets ging met de eerste plastic zakjes. Het was een echte innovatie qua producteigenschap en toepassing: lucht- en waterdicht, vochtwerend, men stond er echt van te kijken.” “Inmiddels bestaat meer dan de helft van huishoudelijk afval uit plastic verpakkingsmateriaal”, voegt Gé toe. “Dat kan een stuk minder als we puur kijken naar de technische behoefte. Er wordt zo’n 30% ‘oververpakt’, uit verschillende motieven. De beschermende factor lijkt immers hoger, of straalt meer luxe uit. De verpakking maakt nu eenmaal de eerste indruk bij de consument. Het is een verkoopmedium geworden in vergelijking met vroeger.”

Van verpakking naar marketing
“Dat was in 1960 wel anders”, vertelt Bèr. “De oplages waren er niet naar om je eigen bedrukte vlaaidoos te hebben. We deden wel veel aan marketing, we waren echte trendsetters en onze klanten ook. De ontwikkeling van de slijtersverpakking is met onze bijdrage ontzettend hard gegaan. Een andere trend was dat wij steeds vaker de huisstijl voor een klant beheerden. Wij zagen dat als ultieme klantenbinding. Hoewel, het was praktisch ook de beste oplossing omdat wij overzicht over alle uitingen hadden. Zo konden onze klanten zich bezig houden met ondernemen.”

Van bedachtzaam naar duurzaam
Zowel Bèr als Gé waren altijd zeer bewust bezig met de onderneming. Als familiebedrijf kenden ze beiden de verantwoordelijkheid voor het welzijn van werknemers en hun gezinnen. Die verantwoordelijkheid kreeg een wat breder perspectief toen Gé met een inkoopteam naar het buitenland vertrok. Daar groeide zijn besef dat er interessante kansen waren in groene verpakkingen waarmee Moonen en haar klanten de hele planeet een dienst konden bewijzen. Het assortiment verpakkingen uit hernieuwbare grondstoffen groeide na dit bezoek snel en het werd tijd om de koers van het hele bedrijf op groen te zetten. Zo werden er in de organisatie steeds meer duurzame technieken ingevoerd, van logistiek tot energie en mobiliteit. Om de impact van de groene koers te versterken zocht Moonen mogelijkheden om andere bedrijven te inspireren. Dat ging bijna als vanzelf, want veel medewerkers werden ambassadeurs van het groene beleid. Zowel tijdens klantgesprekken, maar ook in contact met leveranciers en andere partners in de keten. Eens in de twee jaar komt al die inspiratie en motivatie samen tijdens Brainpack, het event voor duurzaam ondernemen en verpakken.

Van koffiebekertje tot groenste bedrijf
De bevestiging van de groene koers kreeg Moonen door het toekennen van verschillende awards op gebied van duurzaam ondernemen. “We hebben sinds we ons eerste duurzame koffiebekertje verkochten hele mooie prijzen gekregen. Daarmee kan de buitenwereld toetsen dat het bij ons klopt. Moonen heeft alle normen, certificaten en niveaus gehaald, altijd met de ambitie nóg verder te gaan. De certificaten van niveau 4 op de MVO-Prestatieladder en de Lean & Green Star awards zijn voor ons manieren om onszelf uit te dagen. We willen ons ook uitgedaagd voelen. Vanaf het moment dat we werden verkozen tot groenste bedrijf van Nederland, hebben we stappen gemaakt om dat te blijven. In principe zijn we dat nog steeds en we blijven onszelf verbeteren. De ambitie is om in 2020 50% duurzame verpakkingen te verkopen. We staan nu op 21,7 en volgend jaar willen we op 25% zitten

Ga terug naar het eerste deel